Ons economie-onderwijs is eenzijdig en doet meer denken aan astrologie dan aan wetenschap. Theo Kocken, directeur van Cardano en hoogleraar risk management aan de VU, pleit voor meer diversiteit in zowel economisch onderzoek en onderwijs. Kocken is ook producent van de film 'Boom Bust Boom', die onlangs in première ging.
Economen snappen in wezen maar weinig van de échte economie, stelt Theo Kocken. Daar kunnen ze niet zoveel aan doen: ze zijn tijdens hun academische opleiding volgepompt met eendimensionale neoklassieke economische theorie. Daar wringt de schoen.
Die neo-klassieke economische theorie laat namelijk essentiële factoren zoals menselijk gedrag en de interactie tussen mensen totaal buiten beschouwing. En juist die puur menselijke, irrationele en emotionele factoren leiden tot instabiliteit.
Deze klassieke economische visie gaat er vanuit dat mensen rationeel handelen en markten per definitie in evenwicht zijn. Schuld speelt geen rol in die visie. Daarmee wordt een gevaarlijke illusie gecreëerd, vindt Kocken. In dit interview vertelt hij wat hij met zijn film Boom bust boom wil betogen. De kern van de film, zo legt Kocken uit, draait om de instabiliteitshypothese van Hyman Minsky. Kort samengevat: ogenschijnlijke stabiliteit in de economie leidt tot overmoed en financiële euforie. Gevolg: mensen lenen teveel geld, de economie wordt verder opgezweept, het optimisme neemt nog meer toe. Maar er komt een moment dat het optimisme op drijfzand blijkt te berusten en de situatie ontaardt in chaos en financiële instabiliteit.
'Meer pluralisme in de economische wetenschap en economisch onderwijs is een keiharde noodzaak'
De neo-klassieke economie heeft daar geen antwoord op. Daarom houdt Kocken een pleidooi voor een andere, veel diversere manier van economisch onderwijs: ’Goed economisch inzicht vereist ook inzicht in hoe mensen beslissingen nemen, inclusief cognitief wetenschappelijke uitkomsten vanuit behavioral finance en behavioral economics. Sociologie, ethiek, cultuur, milieueconomie en institutionele economie moeten van keuzevakken in de periferie verhuizen naar hoofdvakken. (...) Met een dergelijke diversiteit aan tools gaan jeugdige economen na de opleiding veel beter toegerust de maatschappij in. Daarmee gaan we van een ééndimensionaal wereldbeeld, vol voorspellingen en illusies van controle, naar een pluralistische wereld van nederigheid over onze kennis en met een sturingsmodel dat zich beter aanpast aan nieuwe informatie. Dat oplossingen oplevert die robuuster zijn voor (onvermijdelijke) modelfouten. Meer pluralisme in de economische wetenschap en economisch onderwijs is daarom een keiharde noodzaak.’
Onderstaand interview is geproduceerd door Rethinking Economics NL. Interviewer is Martjin Jeroen van der Linden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten